Intergamma mag de Amelie-tuinstoel en Amelie-loungeset niet langer aanbieden of verkopen in de Europese Unie. Dat heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag bepaald in een kort geding dat was aangespannen door de Belgische meubelfabrikant Vincent Sheppard. Volgens de rechter maakt de tuinstoel inbreuk op het geregistreerde Uniemodel van de KODO dining chair, terwijl de loungeset inbreuk maakt op het auteursrecht op de KODO modular sofa.
Intergamma, het concern achter Gamma en Karwei, bood de Amelie-producten aan in Nederland en België. Vincent Sheppard constateerde volgens het vonnis in het voorjaar overeenkomsten met zijn KODO-collectie en sommeerde Intergamma op 22 mei 2026 de verkoop te staken. Intergamma gaf daar geen gehoor aan, waarna Vincent Sheppard een kort geding aanspande.
Bij de beoordeling van de tuinstoel verwierp de rechter het verweer van Intergamma dat het geregistreerde KODO-model onvoldoende onderscheidend zou zijn. De Amelie-stoel maakt volgens het vonnis bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk dan het geregistreerde KODO-model. De geconstateerde verschillen zijn volgens de rechter te gering om daar verandering in te brengen.
Voor de KODO modular sofa kwam de rechtbank tot een auteursrechtelijk oordeel. De combinatie van onder meer de gebogen en afgeronde rugleuning, het weefpatroon, de positionering van de rug ten opzichte van het onderstel en de stand van de poten vloeit volgens de voorzieningenrechter voort uit creatieve keuzes. Een groot deel van deze elementen is herkenbaar terug te vinden in de Amelie-loungeset.
Intergamma moet daarom de verkoop en verdere verhandeling van beide Amelie-producten binnen de Europese Unie staken. Het bedrijf moet tevens informatie verstrekken over onder meer aantallen ingekochte en verkochte exemplaren, leveranciers, producenten en aanwezige voorraden. Zakelijke afnemers, waaronder franchisenemers, moeten worden geïnformeerd dat de producten uit de verkoop moeten worden gehaald.
Het betreft een uitspraak in kort geding en daarmee een voorlopige voorziening. De rechtbank heeft bepaald dat Vincent Sheppard binnen maximaal zes maanden na betekening van het vonnis een bodemprocedure kan starten.
Bronnen: Rechtbank Den Haag, 22 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:27094 (gepubliceerd 17 september 2026);

