Ondersteunen, vernieuwen en ambities nastreven

CBM-directeur Jelle Boonstra zoekt intern en extern naar verbinding en samenwerking
Sinds 1 september 2025 is Jelle Boonstra directeur van Koninklijke CBM, de brancheorganisatie voor meubelfabrikanten en interieurbouwers die de belangen van de leden op verschillende beleidsterreinen vertegenwoordigt. “Wat mij vanaf het begin opviel in deze sector is de onderlinge collegialiteit en de bereidheid om elkaar te helpen. Dat maakt het extra dankbaar om dit deel van de Nederlandse maakindustrie zo goed mogelijk te adviseren, te ondersteunen en op alle niveaus te vertegenwoordigen.” Hij deelt zijn visie op de branchevereniging en formuleert de ambities voor de komende jaren.
De eerste tijd na zijn aantreden stond de voorganger van Jelle, Kees Hogendijk, nog naast hem om kennis en ervaring over te dragen. “Dat was zeer prettig. Hij heeft mij geïntroduceerd bij leden en bij stakeholders, we hebben samen veel werkbezoeken afgelegd. Een perfecte manier om mij thuis te laten voelen. Wat ik destijds aantrof zijn een branche, en een branchevereniging, die zeer menselijk zijn en evenzo toegewijd naar het vak en naar elkaar. Ondernemend, maar ook collegiaal en met een vriendelijk karakter. Men is trots op wat men maakt en er is een mooie wisselwerking tussen de leidinggevenden en de overige medewerkers waaruit de gezamenlijke liefde voor het vak, kennis over het vak en de bereidheid om elkaar te helpen altijd naar voren komen. Heeft iemand tijdelijk extra krachten of materialen nodig, dan helpt men elkaar. Er is veel onderlinge solidariteit.”
“IK VOEL VEEL OPTIMISME EN VERTROUWEN AAN DE KANT VAN DE MAKERS.”
DRIE HOOFDGROEPEN
De branchevereniging onderscheidt drie hoofdgroepen binnen de leden, alle drie met eigen uitdagingen in de markt, een eigen dynamiek en een eigen benadering, hoewel er veel overeenkomsten zijn in karakter. Als eerste de oorsprong: de meubelfabrikanten. Deze groep heeft inmiddels nog 110 leden en is al geruime tijd aan het krimpen. “De centrale vraag voor deze groep is of het in deze tijd nog mogelijk is om meubelen in grote volumes in Nederland te produceren. Met de blijvend stijgende kosten voor, bijvoorbeeld, lonen, materialen en diensten is het een grote uitdaging om dit in stand te houden. Zeker wanneer er geen gelijk speelveld is ten opzichte van, onder andere, Aziatische aanbieders.” De tweede bloedgroep van de CBM is die van de interieurbouwers met ruim 450 leden. Deze groep is nog steeds groeiende en heeft baat bij de toegenomen vraag naar maatwerk in interieurs, zowel bij projectopdrachten als bij particulieren. “Deze groep doet het goed, maar ook hier zijn uitdagingen, met name in de stijgende materiaalkosten. Hout, schuim, textiel en in mindere mate staal plus de transportkosten worden onverminderd duurder, mede veroorzaakt door het conflict in de Straat van Hormuz. Toch is er nog steeds groei merkbaar bij deze groep en dat stemt hoopvol.” De derde groep bestaat uit de toeleveranciers voor de andere twee groepen. Zij leveren halffabricaten zoals schuimblokken, fineer en plaatmateriaal en volgens Jelle is hun situatie momenteel redelijk stabiel. “Deze drie groepen willen we als CBM graag zo goed mogelijk bedienen. Gisteren had ik, bijvoorbeeld, een interactieve sessie met een aantal meubelfabrikanten over hoe we ondernemers extra kunnen ondersteunen en hun zichtbaarheid in de markt kunnen vergroten. Denk aan gezamenlijke presentaties bij beurzen of evenementen. Het was een zeer dynamisch en positief gesprek. De manier waarop bijvoorbeeld Belgofurn de Belgische meubelindustrie presenteert op diverse exportmarkten is inspirerend.”
AMBITIES EN DOELSTELLINGEN
In de periode tot 2030 heeft CBM diverse ambities op de agenda. Deze rusten op drie pijlers: ondernemen, werken en verduurzamen. Om met ondernemen te beginnen: moet de export weer belangrijker worden voor de Nederlandse meubelindustrie? “Bij een haperende vraag vanuit de thuismarkt richt men voor meer omzet de blik sneller over de grenzen. Daarbij zijn de EU wet- en regelgeving vaak eerder een obstakel dan een hulpmiddel voor onze leden. Via de overkoepelende Europese federatie, de EFIC, doen we gelukkig goed werk. De doelstellingen achter de Europese regelgeving rond eco-design en circulariteit onderschrijven wij volledig. De uitdaging zit vooral in de uitvoerbaarheid. De meeste leden van onze federatie zijn mkb- bedrijven, terwijl veel regelgeving lijkt te zijn geschreven vanuit het perspectief van grote internationale ondernemingen met uitgebreide juridische en compliance afdelingen. Vandaar mijn oproep om regelgeving werkbaar te houden. Ook wanneer het om de verplichte rapportage op het gebied van duurzaam ondernemen gaat.”

“HET ZOU HELPEN WANNEER DE REGELGEVING EINDELIJK UITGAAT VAN HET STANDPUNT DAT PRODUCTIERESTEN EEN GRONDSTOF ZIJN IN PLAATS VAN HET AUTOMATISCH ALS AFVAL TE ZIEN.”
BALANS TUSSEN AMBACHT EN EFFICIËNTIE
Tegelijkertijd betekent ondernemerschap voor CBM ook het vinden van de juiste balans tussen het ambachtelijke karakter van de meubelproductie en de mogelijkheden van automatisering en digitalisatie. “Ambachtslieden moeten leren om hun productiviteit te verhogen door toenemend met geautomatiseerde processen te werken. Om structureel in de toekomst te kunnen blijven concurreren en ook om het gebrek aan nieuwe arbeidskrachten te kunnen opvangen. We moeten een balans zien te vinden tussen ambacht als onderscheidend kenmerk en slimmer produceren om mee te kunnen blijven doen. Het ene kan niet zonder het andere.” De tweede pijler voor het beleid richting 2030 is werken: omgaan met een krimpende arbeidsmarkt. “Hoe zijn we voldoende zichtbaar en aantrekkelijk als loopbaanoptie voor jongeren? We zijn een fijne branche om in te werken, hoe brengen we dit over? Als vereniging willen we dat mensen met plezier bij onze leden werken, zich kunnen blijven ontwikkelen en duurzaam inzetbaar blijven. Dat betekent aandacht voor veilig en gezond werken, maar ook voor scholing en het aanleren van nieuwe vaardigheden die aansluiten bij de nieuwste productieprocessen en technieken. Daarvoor zijn onder andere goede arbeidsvoorwaarden nodig die we afspreken met de sociale partners. We zullen aantrekkelijker moet worden voor starters in de branche, hun loonschalen iets laten groeien. Dat houdt in dat ervaren krachten misschien iets minder snel kunnen groeien om de kosten beheersbaar te houden en tegelijk de kansen op voortzetting van de activiteiten te verhogen.” Hij noemt ook scholing als belangrijk punt binnen deze pijler: “Via SWV Meubel, een initiatief van CBM, zijn er momenteel 270 studenten werkzaam bij aangesloten bedrijven. De studenten zijn bij ons in dienst en werken bij de aangesloten bedrijven. Klikt het niet bij het ene bedrijf dan proberen we het bij een ander. Investeren in de nieuwe generatie medewerkers is onmisbaar voor onze branche, ondanks de huidige automatisering van de productie en de logistieke processen. Het blijft mensenwerk.”
“WE WILLEN ALS BELANGENBEHARTIGER OOK VOOROPLOPEN, VERSPIEDEN NOEM IK DAT. ZIEN WAT ERAAN GAAT KOMEN.”
DUURZAAMHEID ALS HART VAN DE STRATEGIE
De derde pijler richt zich op het verder verduurzamen van producten en productiemethoden. “Ik zie dit als het hart van onze toekomststrategie. Er is een duidelijke maatschappelijke noodzaak om te verduurzamen. Als branche willen we niet wachten tot nieuwe regelgeving van kracht wordt, maar juist vooruitlopen op ontwikkelingen. Daarom nemen we zelf initiatieven om verantwoord om te gaan met grondstoffen en materialen en om de transitie naar een meer circulaire economie te versnellen. Daarom vind ik het pijnlijk dat we voorlopig het project Wood Loop in de ijskast hebben moeten zetten. De markt was er nog niet klaar voor. Het circulair maken van decoratief plaatmateriaal had veel potentie maar de markt koos voor goedkopere, minder duurzame alternatieven. We hebben er als deelnemende partijen van geleerd en het zou zo kunnen dat, wanneer de markt er wel klaar voor is of wanneer de regelgeving het afdwingt, het project weer uit de ijskast komt.” Op dit moment loopt er een haalbaarheidsonderzoek naar de invoering van een afvalbijdrage voor dat deel van het plaatmateriaal dat niet in het product terechtkomt. Een vergelijkbaar systeem wordt al toegepast bij de recycling van matrassen, waar een verwijderingsbijdrage wordt ingezet om de verwerking te financieren. “Het zou daarbij helpen wanneer de regelgeving eindelijk uitgaat van het standpunt dat productieresten een grondstof zijn in plaats van het automatisch als afval te zien, met alle beperkingen van dien in transport, verwerking en opslag. Er is nu een onwerkbare combinatie van Nederlandse en Europese regelgeving, we moeten dit standpunt zien te kantelen.” Ook op bedrijfsniveau valt er nog veel te behalen. “Denk aan collectieve energie inkoop, we willen als sector zoveel mogelijk van het gas af. Denk aan het vinden van alternatieven voor toxische lijmen. De afhankelijkheid van grondstoffen die van buiten de EU komen maken ons als maakindustrie ook kwetsbaar. Waarom moeten de prijzen voor schuim stijgen terwijl er voldoende materiaal voor handen is? Het kunnen hergebruiken van schuim betekent minder afhankelijk zijn.” Jelle noemt in dit kader ook het verschil tussen opdrachten voor het inrichten van overheidsgebouwen en bijvoorbeeld hospitality: “Overheidsgebouwen mogen iets duurder uitvallen vanwege het voldoen aan certificaten als LEED en BREEAM. In de vrije markt drukt men zoveel mogelijk de prijzen. Stel daar ook dergelijke certificaten verplicht. Dat brengt ons dichter bij een gelijk speelveld.”
ELKAAR VERSTERKEN
Hij wil ook de samenwerking met partijen als de BNI (beroepsvereniging Nederlandse interieurarchitecten), BNO (Beroepsvereniging Nederlandse Ontwerpers) en BNA (Koninklijke Bond voor Nederlandse Architectenbureaus) aanhalen en intensiveren. “Zeker voor wat betreft het verduurzamen van producten en processen. Wat hebben jullie nodig in de praktijk en wat kunnen we eventueel gezamenlijk ontwikkelen? Hoe kunnen we elkaar versterken? Ik denk dat dit vruchten gaat afwerpen.” Maar CBM zal nooit de dagelijkse praktijk van advisering en ondersteuning van de leden uit het oog verliezen: “Denk aan vraagstukken op het gebied van arbeidsrecht, van contractrecht met toeleveranciers of opdrachtgevers en ondersteuning bij het uitvoeren van de verplichte risico inventarisatie en – evaluatie. We moeten en willen onze leden degelijk, betrouwbaar en praktisch adviseren. We willen als belangenbehartiger ook vooroplopen, verspieden noem ik dat. Zien wat eraan gaat komen. Het intern en extern verzamelen en delen van cruciale data, wat onze leden gaat helpen bij het bereiken van onze doelen voor 2030 en daarna.”
CREATIVITEIT EN VEERKRACHT
Jelle is gematigd positief over de nabije toekomst voor de leden en de branche: “Het hangt voor een groot deel af van hoe de wereldeconomie zich de komende tijd ontwikkelt. De inflatie stijgt en onzekerheden nemen momenteel toe waardoor opdrachten helaas worden uitgesteld. Maar tegelijk zie ik veel creativiteit en flexibiliteit in onze branche. Lukt dit niet dan kiezen we voor iets anders. De interieurbranche is vanuit de productiezijde veerkrachtig. Ik voel veel optimisme en vertrouwen aan de kant van de makers. Natuurlijk, rust en vrede in het Midden-Oosten zijn in alle opzichten zeer wenselijk, ook wanneer de prijzen weer gaan dalen. Maar ik ben hoopvol over het blijven zien van kansen door onze leden. We moeten meer kijken naar onze exportmogelijkheden, zoals gezegd. Het begrip Dutch Design heeft een afstofbeurt nodig en dan kunnen we het weer internationaal inzetten.”
“WAT IK DESTIJDS AANTROF ZIJN EEN BRANCHE, EN EEN BRANCHEVERENIGING, DIE ZEER MENSELIJK ZIJN EN EVENZO TOEGEWIJD NAAR HET VAK EN NAAR ELKAAR. ONDERNEMEND, MAAR OOK COLLEGIAAL.”
Copyright
© 2026 Business Content Media Den Haag. Niets uit dit artikel of deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch, op geluidsband of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever Business Content Media/Vakblad Interior Business Magazine.
Dit artikel is verschenen in Vakblad Interior Business Magazine, juni editie. Nog geen abonnement of wilt u een abonnement cadeau geven? Mail naar linda@businesscontentmedia.nl voor de meest recente aanbieding
