
Tussen erfgoed en vernieuwing: Designer Arthur Rottier daagt Gispen uit
Met de introductie van Gispen Classics blaast Gispen op 27 mei opnieuw een reeks iconische ontwerpen nieuw leven in. Stoelen, banken en accessoires uit het rijke archief van het Nederlandse designmerk keren terug in een eigentijdse uitvoering, met duurzame materialen en nieuwe kleurstellingen. Daarmee schrijft het bedrijf uit Culemborg een nieuw hoofdstuk in een geschiedenis die teruggaat tot 1916, toen Willem Hendrik Gispen zijn kunstsmederij oprichtte en de basis legde voor wat zou uitgroeien tot een van de bekendste designmerken van Nederland.
Maar de herintroductie van klassiekers roept ook vragen op. Want wat zegt het over de huidige meubelindustrie als merken steeds vaker teruggrijpen op ontwerpen uit het verleden? Die vraag stelde designer Arthur Rottier scherp in een publieke reactie op LinkedIn, en kreeg van Gispen een inhoudelijk weerwoord terug. Het resultaat is een interessante dialoog over nostalgie, innovatie en de staat van de Nederlandse meubelindustrie.

Opvallend is bovendien dat deze koerswijziging niet uit de lucht komt vallen. Al in september 2024 werd duidelijk dat Gispen en producent Dutch Originals nadrukkelijk wilden inzetten op het opnieuw positioneren van de bekende Gispen-klassiekers. Onder de titel ‘Dutch Originals kondigt met trots een vernieuwde richting aan voor de Gispen Classics collectie’ presenteerde het bedrijf toen al een compactere collectie met focus op iconische buisframeontwerpen zoals de fauteuils 412S, 405LA en 407, en de karakteristieke achterpootloze Gispen 101- en 201-stoelen.
Volgens Frank Donkers, marketingmanager van Dutch Originals, moest die aangescherpte collectie zorgen voor “een nog zorgvuldigere selectie van meesterwerken”. Tegelijkertijd werd de klassieke vormentaal nadrukkelijk vertaald naar hedendaagse interieurwensen, met nieuwe stofferingen, verschillende houtafwerkingen en zelfs matzwarte uitvoeringen van het iconische buisframe. Ook toen sprak het bedrijf al over het combineren van “designklassiekers met moderne behoeften”.

Daar bleef het niet bij. Kort daarna werd bekend dat Dutch Originals, inclusief de iconische Gispen Classics- en Gispen Today-collecties, een nieuw thuis kreeg bij meubelfabrikant Bert Plantagie. Die overname markeerde een belangrijk moment in de herpositionering van het merk. In samenwerking met Gispen werden de rechten van de Gispen Classics namelijk teruggekocht door Gispen zelf, terwijl Bert Plantagie de productie op zich nam en exclusief verkooppartner werd voor de retailmarkt in onder meer Nederland, België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.
Die constructie maakt de huidige lancering van Gispen Classics ineens een stuk logischer. Waar Dutch Originals jarenlang de klassieke ontwerpen exploiteerde, heeft Gispen de regie over het eigen erfgoed nu weer nadrukkelijk in handen genomen. Tegelijkertijd zorgt de samenwerking met Bert Plantagie ervoor dat de productie en distributie stevig verankerd blijven binnen een bredere Dutch Design-strategie.
Voor Bert Plantagie sloot de overname naadloos aan op de eigen ontwerpfilosofie. Het bedrijf benadrukte destijds dat de combinatie van Gispen-klassiekers met hedendaagse ontwerpen van designers als Stefan Steenkist, Frans Schrofer, Thijs Smeets en Hans Daalder juist een “stevige collectie” opleverde waarin iconische ontwerpen en eigentijds design samenkomen. Ook de Gispen Today-lijn, met ontwerpen van onder anderen Maarten Baas, Richard Hutten en Job van den Berg, werd expliciet genoemd als onderdeel van die kruisbestuiving tussen verleden en heden.
Toch zet Arthur Rottier daar stevige vraagtekens bij. Volgens hem lijkt het alsof grote designmerken nauwelijks nog vertrouwen hebben in nieuwe generaties ontwerpers. “Evenals Vitra, Herman Miller, Gelderland, Pastoe etcetera etcetera, gaat men over tot het opnieuw uitbrengen van oude ontwerpen. Is er dan niks beters te verzinnen dan ontwerpen van drie, vier, vijf generaties geleden?” schrijft hij.
Zijn kritiek raakt een gevoelige snaar binnen de branche. Volgens Rottier leveren designopleidingen jaarlijks honderden jonge ontwerpers af, terwijl hun werk amper zichtbaar is op meubelbeurzen of in collecties van gevestigde merken. “Van deze jaarlijkse oogst zie ik NIETS terug in de Nederlandse presentaties op de meubelbeurzen,” stelt hij. Het gevolg is volgens hem een industrie die steeds verder terugvalt op erfgoed en nostalgie, terwijl echte innovatie uitblijft.
Zelfs de presentatie van Pastoe tijdens de afgelopen designweek in Milaan noemt hij illustratief. Vijf “nieuwe” modellen van vijf ontwerpers, allemaal overleden. “De ‘Dead Designers Society’?” sneert hij.
Volgens Rottier heeft die ontwikkeling verstrekkende gevolgen. Designers zouden zich daardoor noodgedwongen richten op galerieën en unieke objecten, omdat een innovatieve meubelindustrie in Nederland nauwelijks meer bestaat. “Kom op Gispen; je kan beter! Zet ‘m op!” besluit hij.
Opvallend genoeg kiest Gispen niet voor een defensieve reactie. Integendeel: het bedrijf noemt Rottiers bijdrage “een goede en scherpe oproep” en erkent impliciet dat de spanning tussen erfgoed en vernieuwing reëel is.
Volgens Gispen is het opnieuw uitbrengen van klassiekers echter geen alternatief voor innovatie, maar slechts één van de pijlers van het merk. “Als een ontwerp na bijna 100 jaar nog steeds relevant voelt, was het misschien gewoon een heel goed ontwerp,” reageert het bedrijf met een knipoog.
Daarmee raakt Gispen aan een bredere ontwikkeling binnen de internationale designwereld. Designklassiekers functioneren steeds vaker als duurzame tegenreactie op de vluchtigheid van trends en fast furniture. In een tijd waarin circulariteit en lange levensduur centraal staan, krijgen bewezen ontwerpen opnieuw waarde. Een stoel die honderd jaar meegaat, is in die logica misschien duurzamer dan een ‘innovatief’ product met een levensduur van vijf jaar.
Tegelijkertijd benadrukt Gispen dat het bedrijf wél investeert in nieuwe generaties ontwerpers. Het verwijst naar samenwerkingen met jonge ontwerpers, stagiairs en initiatieven als de Workplace Vitality Hub, waar talent ideeën kan ontwikkelen en testen binnen een professionele omgeving.
Interessant is dat beide partijen eigenlijk dezelfde zorg delen: hoe houd je een ontwerpindustrie levend? Waar Rottier vreest dat nostalgie innovatie verdringt, ziet Gispen juist een mogelijkheid om erfgoed als fundament voor de toekomst te gebruiken.
Die discussie raakt aan een fundamentele vraag binnen hedendaags design: moet innovatie altijd zichtbaar nieuw zijn? Of kan vernieuwing ook ontstaan door bestaande ontwerpen opnieuw relevant te maken voor een andere tijd?
Voor Gispen lijkt het antwoord duidelijk. “De vraag is misschien niet waarom deze ontwerpen terugkomen, maar waarom ze nog steeds zo relevant zijn,” schrijft het merk. “Goed ontwerp blijft bewegen met zijn tijd.”
Toch blijft de oproep van Rottier hangen. Want hoe sterk de Nederlandse designgeschiedenis ook is, een industrie kan niet uitsluitend teren op haar verleden. De echte uitdaging ligt misschien juist in het verbinden van beide werelden: iconen behouden én ruimte maken voor nieuwe iconen.
Gerelateerde berichtgeving
Overname: Iconische designstoelen van Dutch Originals krijgen nieuwe toekomst bij Bert Plantagie
Dutch Originals kondigt met trots een vernieuwde richting aan voor de Gispen Classics collectie
