Duitse meubelindustrie onder druk: WELT ziet Chinese import snel terrein winnen

De Duitse meubelindustrie heeft in vier jaar tijd circa 20 procent van haar omzet verloren. Tegelijkertijd neemt de import uit China sterk toe en kampt de sector met een zwakke binnenlandse vraag, achterblijvende woningbouw en toenemende concentratie in de meubelhandel. Dat schrijft economieredacteur Carsten Dierig in een interessante analyse voor de Duitse krant WELT. Het artikel schetst een markt waarin Duitse fabrikanten van meerdere kanten onder druk komen te staan.

Volgens WELT is inmiddels meer dan 60 procent van de in Duitsland verkochte fauteuils, banken, tafels, stoelen, bedden en kasten afkomstig uit het buitenland. China is daarbij uitgegroeid tot de belangrijkste leverancier. In de eerste helft van 2026 importeerde Duitsland voor bijna 1,7 miljard euro aan meubelen uit China. Tussen 2017 en 2025 nam de Chinese meubelimport volgens de in het artikel aangehaalde cijfers met 81 procent toe.

Jan Kurth, directeur van de Duitse brancheorganisatie Verband der Deutschen Möbelindustrie (VDM), waarschuwt in WELT voor deze ontwikkeling. Volgens hem wordt Chinese productie steeds nadrukkelijker richting Europa gestuurd, mede doordat de Amerikaanse markt als gevolg van importheffingen moeilijker toegankelijk is geworden.

Kurth pleit daarom voor een discussie over Europese beschermingsmaatregelen. „Bij onze blik op China moeten we niet naïef zijn: productie en export worden daar door de staat gestuurd en gesubsidieerd”, stelt hij. Volgens de VDM-directeur functioneren bestaande antidumpingprocedures onvoldoende en duren deze bovendien te lang. „Eerlijke concurrentie veronderstelt dat ondernemingen onder vergelijkbare voorwaarden met elkaar concurreren.”

Omzet opnieuw lager

De problemen zijn echter breder dan Chinese concurrentie. De Duitse meubelindustrie behaalde in het eerste halfjaar een omzet van ongeveer 7,7 miljard euro, 2,7 procent minder dan een jaar eerder. De buitenlandse omzet bleef stabiel, maar in Duitsland zelf daalde de omzet met meer dan 4 procent. Daarmee bevindt de sector zich voor het vierde achtereenvolgende jaar in een krimpende markt.

Vrijwel alle meubelsegmenten worden geraakt. Alleen de keukenindustrie hield zich relatief goed staande en realiseerde een kleine omzetgroei van 1 procent.

Een belangrijke oorzaak is volgens de door WELT geraadpleegde deskundigen de terughoudendheid van Duitse consumenten. Grote aankopen worden uitgesteld, terwijl hogere uitgaven aan onder meer levensmiddelen, energie en gezondheidszorg op het beschikbare huishoudbudget drukken. Daar komt de zwakke woningbouw bovenop. Voor 2026 worden slechts circa 185.000 opgeleverde woningen verwacht, tegenover een geschatte jaarlijkse behoefte van ongeveer 320.000 woningen. „Waar minder wordt gebouwd en verhuisd, daalt ook de behoefte aan woninginrichting”, aldus Kurth.

Fabrikanten én handel in beweging

De vooruitzichten blijven daardoor onzeker. De VDM verwacht voor heel 2026 een omzetdaling van ongeveer 3 procent. Van de ondervraagde aangesloten fabrikanten verwacht 40 procent in het derde kwartaal gebruik te maken van werktijdverkorting; bijna 30 procent is van plan arbeidsplaatsen te schrappen.

Interessant is dat WELT de problemen van de industrie ook koppelt aan de consolidatie in de meubelhandel. De voorgenomen overname van Porta door XXXLutz wordt door de VDM met zorg gevolgd. „De middelgrote fabrikanten krijgen te maken met steeds minder, maar tegelijkertijd steeds machtigere handelspartners”, zegt Kurth. Volgens hem kan de combinatie XXXLutz-Porta dat bestaande krachtsverschil verder vergroten.

Klik hier voor het hele artikel.