Een glimlach als designfilosofie

Ontwerper Robert Bronwasser is ruim 30 jaar actief als een veelzijdig industrieel ontwerper
“Ik denk dat er in Nederland niet veel ontwerpers zijn die zoveel verschillende voorwerpen hebben ontworpen als ik”, zegt Robert Bronwasser aan tafel van zijn bungalow in een polder even buiten Amsterdam. Hier tegenover is zijn ontwerpstudio gevestigd in een verbouwde schuur waar hij, meestal alleen, vaak aan meerdere projecten tegelijk werkt. “Ik heb de afgelopen jaren mijn signatuur kunnen geven aan veel commerciële producten die ik vaak tegenkom, ik wil vooral producten ontwerpen die ik leuk vind en waar ik enthousiast van word. Dat wil ik ook nog meer uitstralen.”
Op het moment van spreken legt hij net de laatste hand aan de voorbereidingen op zijn deelname aan Design District 2026 in Rotterdam. “Het wordt een overzicht van wat ik heb ontworpen, van mijn schilderijen en van de foto’s die ik neem tijdens reizen, maar ik benadruk met name de ontwerpen die nooit in productie zijn genomen. Omdat ik altijd streef naar een grote mate van tijdloosheid in mijn ontwerpen zouden ze bij wijze van spreken vandaag nog in productie kunnen worden genomen, dus wie weet.” Wat is zijn signatuur als ontwerper? “Wie ik ben en wat ik doe komt voort uit mijn persoonlijkheid; ik geniet graag van mooie dingen.” Zijn signatuur is gebaseerd op intuïtie, zo geeft hij aan: “Toegankelijk en vriendelijk, dat is wat mijn ontwerpen uitstralen. Het zijn gebruiksvoorwerpen, bedoeld om dagelijks te gebruiken. Dat gebruik moet ook duidelijk zijn, ik moet het als ontwerper inzichtelijk maken, er moet eigenlijk geen toelichting nodig zijn. Je ziet het en je weet meteen hoe het functioneert, ik voeg ook nooit overbodige functies toe.”

HELDERE LIJNEN
Robert schetst al zijn ontwerpen nog steeds met de hand, waarna deze in de computer worden gezet om te verfijnen. Maar vanaf het begin een ontwerp maken op de computer doet hij bewust niet. “Ik kan gelukkig zelf heel makkelijk mijn ideeën op papier zetten. Deze geef ik een twist om het voorwerp nog handiger en logischer te maken. Daaruit volgt pas de definitieve vorm. Ik ontwerp alleen maar dingen die ik zelf ook zou willen gebruiken. Mijn voorkeur gaat uit naar een ogenschijnlijk eenvoudig ontwerp, ik koop voor mezelf ook producten met dezelfde ontwerpbasis.” Wat wil hij bereiken als ontwerper? “De beste producten maken mensen blij. Ik wil een fijn gevoel bereiken door een goed product te ontwerpen. Dat doe ik aan de hand van mijn SMILE-filosofie. S staat voor Smart: het ontwerp biedt een slimme oplossing en voegt iets toe aan wat er al is. M is Modest, bescheiden. Het voorwerp moet geen ego hebben dat alles overheerst, het is een onderdeel van een omgeving. I is Iconic: ondanks bescheidenheid toch een eigen karakter, een eigenheid in gebruik en vormgeving. Wanneer iets alleen maar functioneel is, dan is het inwisselbaar. De L staat voor Logical: een vanzelfsprekendheid. Dit was er toch altijd al? Het staat ook voor hoe mensen het voorwerp gebruiken, of het nu een fiets, een gieter of een kantoorstoel is. Dat betekent voor mij keuzes maken: zo wil ik dat het wordt gebruikt en dat moet evident zijn, zonder veel toelichting. De E staat voor Enjoyable: prettig om naar te kijken en te gebruiken. Samen vormt dit SMILE.” Alle ontwerpen moeten aan deze vijf eigenschappen voldoen voordat hij tevreden is over het design.

IN ÉÉN KEER RAAK IS HET DOEL
Hij ontwierp recent met een Red Dot Award bekroonde kantoorstoel Infinity voor NO-EM en noemt de rugleuning, die iets lager is dan gebruikelijk zodat de gebruiker er informeel op kan leunen tijdens een gesprek. “Dit is een onopvallend detail dat toch bijdraagt aan de functionaliteit. Dat is hoe ik ontwerp. Hoe kan ik iets toevoegen aan een stoel waar je 6 uur per dag op zit? De werkplek moet de fijnste plek zijn op kantoor in plaats van de loungehoek. Dus de bureaustoel moet ook de hele dag prettig zitten en onderdeel worden van het interieur.” Hij werkt aan meerdere ontwerpen tegelijk, juist omdat het ene ontwerp een impuls kan krijgen van het andere ontwerp: “Met 1 project tegelijk bezig zijn verhoogd de kans op vastlopen of in rondjes draaien. Voor mij is ontwerpen een soort intuïtief stuiteren en weer uitzoomen. De volgorde ligt ook vast. Ik noem het Look, Think, Create. Look betekent rondkijken om te zien wat er nodig is. Wat ontbreekt er nog in de markt? Als ik beurzen bezoek kijk ik vooral naar wat er niet en wat ik kan toevoegen.” Think staat voor: nadenken waar de kansen en mogelijkheden liggen. Waarom is er een nieuw ontwerp nodig en voor wie? Samen met de opdrachtgever formuleren welk product nodig is en op basis daarvan beschrijft voor zichzelf wat hij gaat ontwerpen aan de hand van zijn SMILE-filosofie. Create betekent het daadwerkelijk ontwerpen van het voorwerp: “Dankzij de eerdere stappen wordt het ontwerpen een stuk gemakkelijker. Ik maak meestal maar 1 ontwerp per opdracht. Vroeger maakte ik meerdere ontwerpen, maar ik heb gemerkt dat het ook voor de opdrachtgever fijn is wanneer ik met een duidelijke oplossing kom. In het basisontwerp moeten alle kenmerken goed zijn, dat is het doel.”

“IK ZIE VEEL VOORBEELDEN (VAN DESIGN MET AI) DIE IK NIET BIJZONDER VIND. IK VIND ZELF ONTWERPEN LEUK, WAAROM ZOU IK HET EEN COMPUTER LATEN DOEN?”
ONTWERPEN KENNEN GEEN TOEVAL
Inspiratie haalt Robert niet zozeer uit ander design maar uit andere creatieve disciplines, zoals koken, beeldende kunst en muziek. Hij koopt regelmatig kunst van jonge kunstenaars waarvan hij blij wordt. Zijn studio in de polder is een oase van rust en biedt juist inspiratie omdat de afleiding en de prikkels van de stad ontbreken. Hij schildert graag, in abstracte vormen, en weet van tevoren niet waar het schilderij ‘naar toe gaat’. “Als ik daar van tevoren ga denken, zoals ik dat bij mijn ontwerpen doe, dan ben ik niet aan het schilderen maar aan het ontwerpen en dat is juist niet de bedoeling. Als ik ontwerp is er nul toeval, elk detail is over nagedacht. Schilderijen zijn veel spontaner. Mijn fotografie zit er tussenin: wel het toeval van het moment, maar wel nadenken over de invalshoek, het licht en de kleuren.” Voor hem moet design laagdrempelig zijn: “Kunst, en design is toegepaste kunst, is van iedereen. Ik ben betrokken bij de opzet van de ID-HUB op de komende Dutch Design Week, met als motto: Design meets Industry. We willen weer meer industrieel ontwerp laten zien in Eindhoven. De presentatie moet een hotspot worden voor oplossingen die de markt halen, die in volume geproduceerd kunnen worden.” Hoe kijkt hij als ontwerper naar AI; Artificial Intelligence? “Ik zie veel voorbeelden die ik niet bijzonder vind. Ik vind zelf ontwerpen leuk, waarom zou ik het een computer laten doen? Waarom zou ik mijn persoonlijke inbreng uitbesteden aan een programma? Ik zie het nut van AI voor praktische functies tijdens het ontwerpen wel in, maar het basisidee moet van een menselijke designer afkomen, vind ik. Met AI moet je ook constant verversen: dit programma is nog nieuwer en nog beter dan dat programma. In de tijd die het neemt om zich aan te passen aan het nieuwste AI-programma ontwerp ik liever zelf iets. Mijn sterke punt is eigenheid, iets maken wat anderen niet kunnen maken. Dat houd ik bij mezelf.”

OVERDAAD AAN ZINLOZE FUNCTIES
Na het ontwerpen van zoveel verschillende producten, is er nog iets op zijn verlanglijst waar hij een toevoeging voor zou willen ontwerpen? “Herenmode heeft mijn grote belangstelling en op dit moment werk ik aan een schoenenlijn. Wie weet, als dit succesvol is, dat ik verder ga in deze richting. En een auto: ik heb elektronische producten, meubelen, fietsen en scooters ontworpen en in een concept car komt het allemaal bij elkaar. Ik vind de meeste auto’s van nu te groot, te zwaar, te lomp, met een overdaad aan zinloze functies. Het is een soort rijdende huiskamer geworden, de essentie van autorijden is onderweg ergens verloren gegaan. Je moet in een auto kunnen stappen, wegrijden en verder niets. Ook in de vormgeving is er nu een overdaad aan ribbels, hoeken, een functieloze uitlaat en grill, want het zijn elektrische modellen. Ik zie aluminium dingen aan de achterkant die bumpers moeten voorstellen en de meest gekmakende vormvarianten in achterlichten. Ik houd van eenvoud. Een auto die niet harder hoeft te gaan dan 100 kilometer per uur: handig, flexibel, vriendelijk en leuk om naar te kijken. Bij een dergelijk ontwerp zou AI wel van pas kunnen komen om tijd te besparen, het is wellicht ook een leuke manier om AI te verkennen.” Zou hij ooit een eigen merk willen starten? “Nee. Tenzij ik iemand tegenkom die het merk zakelijk runt, want anders heb ik geen tijd om zelf te ontwerpen. Bovendien vind ik de huidige diversiteit van producten die ik mag ontwerpen voor verschillende bedrijven zo leuk, dat past ook niet binnen één merk. Maar vooral het besef dat je bij een eigen merk meer directeur dan ontwerper bent staat me tegen. De toevoeging Design by Robert Bronwasser wordt steeds vaker vermeld bij mijn ontwerpen, dus zo doe ik al aan branding.”

“TOEGANKELIJK EN VRIENDELIJK, DAT IS WAT MIJN ONTWERPEN UITSTRALEN. HET ZIJN GEBRUIKSVOORWERPEN, BEDOELD OM DAGELIJKS TE GEBRUIKEN.”

STRATEGISCH MEEDENKEN
Robert benadrukt dat hij bij een opdracht echt samenwerkt met de opdrachtgever en zich niet simpelweg llaat inhuren voor een ontwerp en verder niets. “Ik denk ook mee op strategisch niveau: de marketing, fotografie en dergelijke. Het moet iets teweegbrengen bij de doelgroep. Een mooi product in een lelijke verpakking klopt niet. Het product moet een herkenbaar onderdeel zijn van een merk, dan is het ook beter in de markt te zetten. Is het merk vanuit zichzelf al sterk, dan kan design het nog verder versterken. Anderen kiezen ervoor een merk aan te passen naar aanleiding van een bepaald design. Bij de Infinity van NO-EM ging het proces gelijk op: merk en design versterken elkaar. Dat is een goede keuze geweest.” Hij hoopt dat hij over 10 jaar zijn visie, signatuur en ontwerpfilosofie over nog meer productgroepen heeft kunnen uitrollen, dus nog meer verbreding van Design by Robert Bronwasser. “In totaal minder ontwerpen maar wel ontwerpen die er nog meer toe doen. Nog vaker expertise koppelen aan duurzaamheid, zoals bij NO-EM. Hoe zorg ik dat producten zo lang mogelijk meegaan? Ik wil tijdloosheid koppelen aan duurzaamheid en plezier zonder het opgeheven vingertje. Ik denk dat mijn manier van ontwerpen zich ook leent voor een lange levensduur. Ik hoop nog steeds leuke, herkenbare producten te ontwerpen die lang meegaan en die door bedrijven worden gemaakt die op dezelfde lijn zitten als ik. NO-EM is een mooi voorbeeld: de Infinity zit lekker, gaat lang mee, is circulair ontworpen en is toegankelijk geprijsd. Het laat zien dat het mogelijk is om deze eigenschappen te combineren. Koop iets omdat je er blij van wordt, het duurzame aspect is een bonus en wordt hopelijk in de nabije toekomst een vanzelfsprekendheid waarbij niet lang stilgestaan hoeft te worden.”

Copyright
© 2026 Business Content Media Den Haag. Niets uit dit artikel of deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch, op geluidsband of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever Business Content Media/Vakblad Interior Business Magazine.
Dit artikel is verschenen in Vakblad Interior Business Magazine, juni editie. Nog geen abonnement of wilt u een abonnement cadeau geven? Mail naar linda@businesscontentmedia.nl voor de meest recente aanbieding

