Het is positief dat Vlaanderen nu duidelijkheid schept over de concrete invulling van de energienorm die eind vorig jaar op federaal niveau werd aangekondigd. Dit werd hoog tijd: het dossier dringt en bedrijven hebben nood aan duidelijkheid en rechtszekerheid zeker in deze economische woelige periode.
De uitbreiding van de bestaande energiesteun naar bijkomende energie-intensieve sectoren is een stap vooruit. Daardoor krijgen bepaalde textiel- en houtverwerkende bedrijven ook toegang tot ondersteuning. Zo worden onze bedrijven beter beschermd tegen aanhoudend hoge energieprijzen en tegen de toenemende concurrentiedruk op internationale markten.
Tegelijk zijn er bezorgdheden over de bijkomende voorwaarden die aan de steun gekoppeld worden. De verplichting om een deel van de middelen opnieuw te herinvesteren, komt bovenop wat vandaag al gevraagd wordt, op een moment dat veel industriële bedrijven door een bijzonder moeilijke economische periode gaan. Daarnaast benadrukt Fedustria dat dit geen eindpunt mag zijn.
Vandaag gaat het om federale ETS-middelen die via de gewesten worden ingezet. Vlaanderen moet ambitieuzer zijn en eigen middelen inzetten om de energie-intensieve kmo’s die niet kunnen genieten van de compensatieregeling voor indirecte emissiekosten (ICL) ook te helpen. Een meer structurele verlaging van de elektriciteitskosten is een concrete en noodzakelijke maatregel om exportgerichte industriebedrijven – die hun concurrentiekracht vandaag zien wegvloeien – te ondersteunen én tegelijk de investeringsruimte te geven voor verdere decarbonisatie.
“Duidelijkheid over de energienorm is cruciaal en de uitbreiding naar onder meer textiel en houtverwerking is een goede stap”, aldus Karla Basselier, CEO van Fedustria. “Maar het beleid moet nu versnellen én hoger mikken: naast de federale ETS-middelen zijn ook Vlaamse keuzes nodig, zeker voor energie-intensieve kmo’s die vandaag uit de boot vallen. Zonder structureel lagere elektriciteitskosten blijft onze concurrentiekracht onder druk.”
