Waar bij ons de vraag naar geschikte woonruimte nog steeds zeer groot is (en zelfs het hoofdthema van de afgelopen verkiezingen voor de Tweede Kamer vormde) is de situatie aan de andere zijde van de Atlantische Oceaan anders: kopers haken af of bieden minder voor een woning waardoor eigenaren de huizen in grote getale terugtrekken uit het woningaanbod.

Bijna 85.000 woningen werden van de woningmarkt afgehaald door eigenaren in de maand september, zo meldde CNBC onlangs. Een lage vraag, lage biedingen en een algemeen onzeker gevoel over de Amerikaanse economie op de langere termijn spelen hierbij een rol. Die ongeveer 85.000 woningen is 28 procent meer dan in september 2024. Maar liefst 70 procent van de aangeboden woningen in de Verenigde Staten staat al langer dan 60 dagen te koop en dat is ongebruikelijk. Eigenaren wachten liever af dan een te laag bod te accepteren. Door het terugtrekken van woningen uit het aanbod lijkt het alsof er een groot tekort aan beschikbare woonruimte is, maar dat is dus eigenlijk niet zo.

Dit relatief geringe aanbod van nog beschikbare woningen zorgt er wel weer voor dat de vraagprijs gemiddeld hoog blijft, wat weer zorgt voor het idee dat woningen onbetaalbaar zijn. Sommige eigenaren wachten echter niet af en dalingen in de vraagprijs tussen de 10 en 25.000 dollar worden hier en daar al gesignaleerd. De voorspelling is dat de komende maanden een slome periode zullen zijn waarin weinig verkocht en verhuisd gaat worden. Let wel, de gemiddelde huizenprijs is nog altijd 50 procent hoger dan 5 jaar geleden. Maar 15 procent van de huizen die nu van de markt worden teruggetrokken zou tegen verlies worden verkocht wanner ze te koop zouden blijven staan en dat percentage is in de afgelopen 5 jaar nog niet zo hoog geweest.