Geslaagde lokale hub voor gasten en buurtbewoners

De eigenaar van het Antwerpse hotel VIA, dat in september 2025 openging, had een levendig hotel voor ogen dat de sfeer zou uitademen van “de huiskamer van een stijlvolle vriend”, in de woorden van Merav Bustan. De interieurarchitect uit Berlijn en haar studiomedewerkers hadden als vertrekpunt het creëren van een lokale hub voor gasten en buurtbewoners: als pleisterplek voor logies, kunst, gastronomie en cultuur. In die opzet is Bustan geslaagd; het hotel fungeert inmiddels al als een soort buurtcentrum, naast de oorspronkelijke functie als een hotel.
“Design is altijd een doorlopend creatief proces, zoals het schrijven van een lied met meerdere coupletten en een refrein” is hoe Bustan haar werkwijze omschrijft. Zij ziet het ook als een resultaat van teamwork met alle betrokken partijen. “Ik ben meteen gaan praten met het team van het hotel. Wat is praktisch voor jullie? Van daaruit hebben we een layout gemaakt en hebben deze vertaald naar 3D modellen.” Voor deze grote, open ruimte was het de bedoeling om gasten te serveren in de lobby, bar en het restaurant op een efficiënte manier zonder grote afstanden te hoeven lopen. “Tijdens mijn studie werkte ik zelf in de horeca, dus ik ben ervaringsdeskundige.” Bustan heeft inmiddels een ruime ervaring in het ontwerpen van interieurs voor hotels voor zowel ketens als voor boutique hotels in heel Europa.


ART DECO INVLOEDEN
De totale openbare ruimte is 600 vierkante meter, zij integreerde maatwerk timmerwerk in de afscheidingen voor wat zij “smart spacing” noemt die ook zorgen voor intimiteit in combinatie met de typische dinerbanken. Het gehele hotel (Bustan ontwierp naast de bar en het restaurant ook de 176 kamers, gangen, wc’s, patio, lounge en de lobby van VIA Antwerp) is in een stijl uitgevoerd met opnieuw ontworpen Art Deco accenten die goed passen bij de buurt waar het hotel ligt; Zurenborg. “De buurt heeft veel gebouwen in deze stijl en ik wilde in het interieur de typische ronde vormen en grafische elementen van Art Deco laten terugkeren, maar in een moderne interpretatie. Antwerpen heeft voor veel buitenlanders een belegen, suffe reputatie en die wilde ik tegenspreken met dit ontwerp: het is een levendige havenstad met een beetje brutale houding en dat zie je terug in dit hotel.”
De eigenaar wilde de buurt letterlijk en figuurlijk naar binnen halen en daarom kozen we voor het ophangen van werk van lokale kunstenaars die passen bij de moderne, levendige gasten en buurtbewoners. “Ik zie hierin ook de toekomst van hotels: niet alleen een plek om te overnachten, maar ook om van het lokale leven te kunnen genieten samen met de lokale bevolking. Een soort community center. Na de pandemie willen we weer meer contact met elkaar, maar dan wel op een spannende en bijzondere manier. Daar leent VIA Antwerp zich bij uitstek voor.”

VERBLIJVEN ALS EEN BELEVING
Bustan werkte eerder onder andere als set designer voor filmproducties en als visual merchandiser. De ruimten in het hotel, van de bar tot de wc’s en de gangen, zijn dan ook zo ontworpen dat ze voor een visuele verrassing zorgen, zeker bij de eerste aanblik. “Ik heb de ruimten ontworpen als ensceneringen, de gangen zijn vrij donker en vol spanning uitgevoerd, ze werken als een soort tijdmachine naar een volgende ervaring, of dat nu de hotelkamer, de lounge, de bar of het restaurant is. Een bijzondere beleving ervaren is het hoogste goed in deze tijd, niet het bezitten en tonen van een luxeproduct of object. We hebben gestreefd naar een bijna kinderlijke verwondering bij de gasten en bezoekers van het hotel.” De kamers zijn vol afgeronde vormen en expressieve vormgeving maar niet te wild in contrasten of kleuren: “Hotelkamers zijn ook bedoeld om in te ontspannen na de aankomst. Ik heb een balans gezocht tussen rust en dramatiek voor de hotelgasten.”

Ze weet ook uit ervaring dat de medewerkers een essentieel onderdeel vormen van de hotelbeleving: “Het bier dat men schenkt is overal hetzelfde, de mensen die er werken en met wie je omgaat tijdens het verblijf bepalen hoe je het verblijf herinnert. Samen met de eigenaar en het team hebben we een personage bedacht die de doelgroep van het hotel belichaamt, wat mij weer hielp met het ontwerpen van de inrichting.” Ze ziet beleving door het gehele hotel als het antwoord op de vraag van de eigenaar: “Het is een Brand Creation Process geweest, waarbij de ruimten niet losgezongen zijn van de context. Dat het functioneert blijkt uit de mensen die er nu al terugkeren en de lokale evenementen die er plaatsvinden. De verbinding tussen het hotel en de omgeving is gelukt, dat maakt me blij.”

KOSTENBEWUST EN CREATIEF
Als designer is het volgens haar van belang om te weten welke mensen er verblijven in de ruimten: “Dat heeft invloed op de beleving van licht, akoestiek, op de prikkeling van alle zintuigen. Een ontwerp gaat dan ook veel verder dan een mooi plaatje maken; het is een uitgebreide puzzel waarin alle stukjes precies moeten passen.” Daarbij moet er een evenwicht worden gevonden tussen kosten, budget en originaliteit. “We zijn bijvoorbeeld op zoek gegaan naar een relatief eenvoudige wandtegel waar we een eigen patroon op konden laten aanbrengen zonder te hoge kosten. Hotels hebben post-Covid lagere budgetten om te besteden, in alle geledingen. Dus verwelkomden we als studio de gelegenheid om naar slimme oplossingen op zoek te gaan die niet te duur en eenvoudig te onderhouden zijn en een lange levensduur hebben.” De ruimte beneden had slechts twee plekken met daglicht, dus ook in de verlichting moest er slim, kostenbewust en toch creatief worden gewerkt. Ook bij de keuze voor vloeren: LVT dat niet oogt of aanvoelt als kunststof in uiteenlopende patronen, van simpele planken tot houten visgraat als decor van het LVT als bepalende elementen voor de layout.

INSPIREREN OM MEE TE DENKEN
Als grootste uitdaging zag Bustan het inspireren van betrokkenen om mee te denken met het ontwerp en ook mee te bewegen. “Neem zoiets als ventilatie: een saai maar essentieel onderdeel van de ruimten. Vaak verpest een dergelijke installatie het ontwerp. In dit geval hebben de eigenaar, de aannemer, de architecten en de timmerlieden meegedacht over het onopvallend wegwerken, het naadloos integreren van de installatie. Het was niet de goedkoopste oplossing, maar wel de mooiste, zo vond iedereen.” Alle betrokkenen wilden echt meewerken aan het mooiste resultaat van de inrichting binnen de grenzen van het budget. Daarom vallen de akoestische plafondpanelen in de ruimten ook niet op. “Het was geen gedachte achteraf, maar tijdens het ontwerpproces actief samenwerken. Zo werk ik het liefst.”
Negentig procent van de inrichting van VIA Antwerp is op maat gemaakt zonder de kosten te overschrijden. “Ik ben zelf bij de meubelfabrikanten langsgegaan om wijzigingen in de modellering te bespreken. Ieder detail moest perfect passen binnen het totale ontwerp.” Het was van oorsprong al een hotel, maar totaal verschillend van stijl en inrichting: alles is daarom gestript en opnieuw gebouwd, niets van het origineel is bewaard gebleven. Toch is er een gevoel van historie in de ruimten. Bustan glimlacht: “De vibe is vintage, maar de inrichting is dat zeker niet.”

“DE VERBINDING TUSSEN HET HOTEL EN DE OMGEVING IS GELUKT, DAT MAAKT ME BLIJ.”
VEELZIJDIGHEID IS VEREIST
Ze glimlacht opnieuw bij de vraag hoe ze haar signature style, haar handtekening als designer, zou willen omschrijven: “Die vraag krijg ik vaker en is er een gezien vanuit het standpunt van ontwerpen voor particulieren, vind ik. Als hospitality designer heb ik geen terugkerende designstijl, ik moet veelzijdig zijn. Een herkenbare stijl werkt dan eerder belemmerend. Ik heb wel een rode draad in mijn ontwerpen: het verbinden van ruimten tot een geheel met cohesie. Zo naadloos mogelijk, het mag de gast of bezoeker niet opvallen. De wanden, de vloeren, de plafonds, van ruimte tot ruimte, alles is met elkaar verbonden en niets is toevallig. Het is meer de designtaal dan de designstijl die mijn ontwerpen kenmerkt, denk ik. Ik zie een ontwerp als een schilderij: ik maak het, verkoop het en het hangt aan de muur bij de eigenaar. Het is niet meer van mij. Maar ik ga vaak zelf terug naar de hotels die ik heb ontworpen, om er te logeren.
Om te zien hoe het loopt, hoe het gaat met de mensen met wie ik heb samengewerkt. Je kent elkaar, bent bevriend geraakt. Het is als thuiskomen.” Hoe kijkt zij als designer naar trends? “Ik zie het als een haakje waar je iets aan kunt ophangen, meer niet. Trends zijn niet duurzaam en voegen eigenlijk niets toe aan een ontwerp, zeker niet wanneer het bedoeld is om lang mee te gaan.” Een trend waar ze echt moeite mee heeft is het volledig ontwerpen via AI. “Iedereen mag zich interieurdesigner noemen, in tegenstelling tot architect. Het maakt me gek: ik zie zoveel flutontwerpen voorbijkomen van zelfbenoemde designers, die nooit uitgevoerd kunnen worden. Het ondermijnt het vak van designer. Deze zelfbenoemde ontwerpers hebben geen flauw benul van akoestiek, van verlichting of van de technische kennis die vereist is voor dit werk. Bescherm het beroep. Ook ik gebruik AI als gereedschap bij het schetsen of renderen, maar wees er voorzichtig mee. Het maakt dingen die niet kunnen en die niet bij elkaar passen. Het is een stuk gereedschap, meer niet.” Fotografie is van Lars Nitsch (portret) en Jules Reijnders Studio (interieurfoto’s).

“ANTWERPEN HEEFT VOOR VEEL BUITENLANDERS EEN BELEGEN, SUFFE REPUTATIE EN DIE WILDE IK TEGENSPREKEN MET DIT ONTWERP”
Copyright
© 2026 Business Content Media Den Haag. Niets uit dit artikel of deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch, op geluidsband of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever Business Content Media/Vakblad Interior Business Magazine.
Dit artikel is verschenen in Vakblad Interior Business Magazine, februari editie . Nog geen abonnement of wilt u een abonnement cadeau geven? Mail naar linda@businesscontentmedia.nl voor de meest recente aanbieding

