Tijdens de persconferentie voor de 64e editie van de Salone del Mobile in Milaan werd het duidelijk dat ook de meest toonaangevende meubelbeurs van Europa niet ontkomt aan de uitdagingen van veel andere beurzen: minder aanmeldingen, minder belangstelling en het gevoel minder relevant te zijn dan in de jaren voor 2020. De Salone del Mobile is van 21 tot en met 26 april op de Fiera Milano-Rho.

Niettemin houdt men het hoofd omhoog en de rug recht in de hoofdstad van Lombardijen en in de zelfbenoemde hoofdstad van design. Traditiegetrouw begon de bijeenkomst 17 minuten te laat (wat direct verzuchtingen opleverde onder de zeer verwende exemplaren van het reporters vak), maar daarna was het in rap tempo door de diverse onderwerpen gaan op het podium van de Trienale in Milaan. Ook traditiegetrouw passeerden vele hoogwaardigheidsbekleders de revue, die elkaar allemaal hartelijk bedankten en benadrukten hoe belangrijk Milaan en de regio zijn voor het land, het continent en eigenlijk de gehele wereld.  De Burgermeester van Milaan, Giuseppe (door iedereen ‘Beppe’ genoemd) Sala wees op de uitdagingen voor de beurs, voor de creatieve sector en de maakindustrie van zijn stad, regio en land: “Er moet meer aandacht komen voor de jeugd en gelukkig voorziet de Salone hier weer in met de Satellite show. We zullen als stad, beurs en Europa nog meer moeten samenwerken om de huidige situatie het hoofd te kunnen bieden.” Als echte politicus benoemde hij de uitdagingen niet direct, maar deze werden later wel expliciet genoemd: steeds hogere handelstarieven, oneerlijke concurrentie, gebrek aan vertrouwen door consumenten en een stagnerende vraag naar meubelen in markten waar niet tot nauwelijks nieuwe woningen tot stand komen.

De termen samenwerken, duurzaamheid, ambacht en creativiteit die onder druk staan door de geopolitiek en de stijgende prijzen kwamen in iedere voordracht voorbij. De presentator van deze persconferentie ging kort in op de veranderende wereld waarin de Salone en de exposanten een weg moeten zien te vinden: “Ik woon in Miami en zie daar billboards voor huishoudelijke robots, aangestuurd door AI, die voor 600 dollar per maand het huis schoon houden. We gaan uiteindelijk samenleven met intelligente machines. AI begrijpt steeds beter onze voorkeuren en handelt daarnaar, dit geldt ook voor meubeldesign. Ik verwacht steeds meer individueel toegesneden ontwerpen, uniek en persoonlijk. Dit betekent dat een beurs ook meer een meer diensten laat zien in plaats van concrete objecten. Er staan nog wel meubelen, maar deze zijn er meer als voorbeeld dan wat er daadwerkelijk wordt verkocht.” Hij wees ook op Age Tech: we worden steeds ouder met steeds meer tegelijk en design voor ouderen onttrekt zich steeds meer uit de medische sfeer. “AI speelt in design voor ouderen ook een steeds grotere rol. Het weet al wat we willen voordat we het zelf weten. Je koopt straks geen meubel meer, maar een service die voorspelt wanneer jij iets nodig gaat hebben.”

Beursdirecteur Maria Porro (hierboven) weet niet of ze wil samenleven met een robot en focust zich liever op materialen: “Deze vertalen de uitdagingen waarmee we te maken hebben in objecten. De vraag naar deze objecten staat echter onder druk en dit is een internationaal fenomeen. Voor deze editie was het lastiger dan ooit om veel internationale belangstelling te genereren, ondanks onze wereldtournee. We willen graag de designcultuur op de Salone in stand houden, ondanks de economische krimp. We bieden dit jaar hoe dan ook een gevariierd aanbod voor bezoekers, met Kitchen & Bath als deelexpo, het debuut van Salone Raritas voor verzamelobjecten en unieke stukken en uiteraard weer een goedgevulde Salone Satellite.” Concreet komt het neer op 169.000 vierkante meter (dit interesseert alleen beursmeters verkopers), 1.900 exposanten (dit waren er 2.500 in 2025) uit 32 landen. Krimp dus, helaas. De altijd sympathieke Porro benoemde het niet expliciet zo, maar in haar zwarte kleding op een zwart podium met zwarte stoelen oogde zij een beetje teleurgesteld en glimlachte nauwelijks deze keer.

Monter vertelde ze dat er 227 nieuwe exposanten en teruggekeerde bedrijven zijn. “De Salone is een hulpmiddel voor de meubelindustrie in onzekere tijden. We gaan mee met bewegingen in de markt: we starten met Raritas als reactie op een groeiende vraag naar unieke objecten op de beurs. We hebben de hallen en de routes volledig gedigitaliseerd zodat bezoekers vanaf hun telefoon direct zien wie ze kunnen bezoeken, waarbij we met algoritmes werken: u zoekt dit bedrijf, dat bedrijf past bij wat u wellicht zoekt. Afspraken plannen, tijd besparen. Elkaar ontmoeten, netwerken, samenwerken via de app van de Salone.” De energieke presentator knikte: “We moeten leesbaar zijn voor AI, anders tellen we niet meer mee als exposant en als bezoeker. Zeker wanneer we de jongere generaties naar de beurs willen laten komen.”

Om het jaar is het of verlichting (Euroluce) of keukens en badkamers die meedoen in Milaan en dit jaar is het weer de beurt aan Eurocucina/ FTK en International Bath Exhibition. Kort en bondig: Compacte keukens voor compacte woningen zijn een trend, net als de symbiose tussen de thuiskeuken en de professionele keuken. Bovendien: je bent wat je eet, een goede gezondheid is een statussymbool (zeker op gevorderde leeftijd) dus keukens passen zich aan: voorbereid op snel en gezond koken en dankzij AI en andere technologie hoeft de gebruiker steeds minder zelf te doen. Over de wisselwerking tussen restaurantkeuken en thuis: we verwachten professionele kwaliteit van onze eigen keuken (maar niet van onszelf) met zelfwerkende apparaten, het thuis gezond koken vindt zijn weg weer naar restaurants die de particuliere afzuigsystemen met krachtige filters steeds vaker integreren in de keuken. Hierdoor wordt het milieu ontzien en “ligt er geen roet meer op mijn auto wanneer deze bij een restaurant geparkeerd staat”, aldus de Amerikaanse food-activiste in perfect Italiaans. Voor de te tonen badkamers in april geldt dat deze robuust moeten zijn (opnieuw voor de ouderen van nu en straks) en gericht zijn op een lange levensduur, net als de meeste andere meubelen.

“Het moet afgelopen zijn met fast furniture, met vluchtige trends, met het denken in seizoencollecties. Vernieuwing, echte innovatie moet structureel zijn, moet vanaf de introductie een vanzelfsprekende standaard worden.” Deze strijdbare woorden kwamen niet van een meubelfabrikant of een milieuactivist, maar van de directeur van het museum voor design in Milaan: “We leven langer dus design moet langer meegaan. We hebben in onze collectie vele oude catalogi van meubelen en badkamers en daar zie je al in hoe er altijd meebewogen is met de markt, maar nu telt dat meer dan ooit. Ik wil het woord CARE benadrukken: voor jezelf en voor anderen zorgen. Dat doe je juist in een badkamer, een onmisbare plek in de moderne woning. We zijn na de pandemie afstandelijker tot elkaar geworden, ook in huiselijke kring, mede door social media en technologie. We moeten elkaar weer durven aan te raken in de geborgenheid van de badkamer.” Op dit moment greep de presentator in en stuurde in een paar handige bewegingen de museumdirecteur van het podium.

De Salone Raritas debuteert in 2026: speciale objecten in een gelimiteerde oplage of zelfs uniek, antieke voorwerpen, outsider pieces, kunstobjecten voor verzamelaars. Maria Porro merkte tijdens haar promotietournee langs de wereldsteden dat er een groeiende vraag is naar dit soort interieurvoorwerpen, van meubelen tot sculpturen en alles ertussenin. Het werd niet zo benoemd maar dit is uiteraard ook pure handel. Er valt heel veel geld mee te verdienen en voor een beurs die op zoek is naar een lucratieve doelgroep is dit een logische stap. Ook voor de projectmarkt, waarbij architecten en designers op zoek zijn naar een statement piece in een kantoor, een ziekenhuis, een hotel lobby of in een restaurant of bij (zeer rijke) mensen thuis. De omlijsting van deze show is bewust neutraal gehouden in aankleding en verlichting en is er ook op gericht bij volgende edities opnieuw te zullen worden gebruikt. De Nederlandse designer Sabine Marcelis juicht het initiatief toe en neemt zelf ook deel: “Verzamelaars willen werk zien en kopen waarbij geen compromis is gedaan in smaak, prijs en uitvoering. Het is meer experimenteel wat ze zoeken. Mensen letten normaal alleen op het werk dat ik en mijn studio maken voor bekende merken, wat hier staat heeft totaal geen merkelement. Het is vrij werk, the wild side of design.” Applaus klonk op uit de zaal.

Oscar Lucien Ono is een Franse designer en oprichter van het bureau Maison Numero 20. Voor deze editie van de Salone hebben hij en zijn team een hotel nagebouwd met vele vertrekken waarin een Art Deco vormgeving centraal staat. Aurea (hierboven nog als tekening) is de naam van dit project en ook hier is alles gericht op een lange levensduur en hergebruik. De Salone Satellite kent dit jaar 700 deelnemers die jonger zijn dan 35 jaar. De opkomst voor dit onderdeel blijft onverminderd populair, in tegenstelling dus tot de reguliere beurs. Dit jaar zijn er heel veel jonge Japanse designers, in aantal gevolgd door Italianen en Duitsers. Ambacht (om precies te zijn: Skilled Craftmanship + Innovation) staat centraal en de awards die worden uitgereikt aan de jonge designers die opvallen met hun werk zijn een hoogtepunt, volgens de organisatie, want de jeugd staat voor de toekomst. Zij verbeelden deze, zij voorspellen deze en geven aan welke waarden, welke materialen en welke toepassingen straks de toon aangeven. Ze bieden geen eenvoudige oplossingen maar visie en hoop.

Nederland, Rotterdam, 23-06-2020; Architect David Gianotten.
Fotografie Vincent van den Hoogen

Salone Contract krijgt de aftrap dit jaar. In samenwerking met Rem Koolhaas en David Gianotten (foto hierboven) van het architectenbureau OMA lanceert de beurs een platform waarbij op termijn een paviljoen ontstaat waarin objecten en concepten voor de toekomst zullen worden getoond. Maria Porro klaarde zichtbaar op in gesprek met Gianotten. OMA vindt het een eer om samen te werken met de Salone en sloeg aan op de mogelijkheid om een paviljoen te ontwerpen in samenspraak met de bezoekers en de exposanten voor objecten met een lange levensduur. “Nieuwe samenwerkingen, waar ook wij naar op zoek zijn. Projecten worden gezien als op zichzelf staande objecten, maar ze ontstaan altijd vanuit nauwe samenwerking tussen uiteenlopende partijen”, aldus Gianotten. “Een contractproject is een gebouw dat duidelijk is voor de investeerders, de aannemers en de gebruikers. Het is nooit af en ontwikkelt zich tijdens het gebruik, het is ook gericht op een lange levensduur.” Maria Porro hoopt dat het project mensen bij elkaar gaat brengen: “Ontmoeten, verbinden, bij elkaar brengen van spelers in de projectmarkt”, zo zegt zij gedreven. Gianotten knikt: “Het wordt een paviljoen dat oogt als een forum. Dit eerste jaar is bedoeld om discussies op gang te brengen. Projecten draaien nog steeds om de voortdurende race naar luxe, prestige en hoge kwaliteit. Onze samenwerking geeft de beurs een kans om te ervaren dat de wereld groter is dan de Salone.” Zij knikt, bijna bedeesd: “Big Chance, Big Risk, Big Opportunity. Big is het sleutelwoord. We moeten groot durven dromen en denken.”

Wie minder overkomt als een dromer is Claudio Feltrin (hierboven), directeur van de Italiaanse federatie FederlegnoArredo waar ook de Italiaanse meubelfabrikanten onder vallen. Hij is een realist: “We hebben als Italiaanse meubelindustrie in 2025 52.2 miljard euro omgezet, een stijging van 1,3 procent ten opzichte van 2024. De export is daarbinnen ook zeer licht gestegen met 0,4 procent tot een bedrag van 19,3 miljard euro. Daar zijn we gematigd trots op, gezien de huidige economische en politieke situatie: tarieven en een sterke dollar ten opzichte van de euro. Voor dit jaar zijn we voorzichtig optimistisch. Wat opvalt is een licht opkrabbelen van consumentenvertrouwen in de Duitse en Britse markten, vrij onverwacht. India is in opkomst. China heeft twee gezichten als klant en als concurrent en in beide opzichten loopt het volume terug. We moeten Europa meer als afzetmarkt gaan benaderen nu de Verenigde Staten zich steeds meer afsluiten. En we moeten onze kwalitatieve waarden blijven verdedigen: laatst werd een partij verlichting van diverse merken uit China gecontroleerd en niets voldeed aan de Europese normen en standaarden. Voor meubelen geldt vaak hetzelfde. We moeten onze bedrijven en onze consumenten beschermen tegen onveilige troep die voor oneerlijke prijzen hier wordt gedumpt. Ik zie de Salone als tegengif. Het staat voor wie we zijn als industrie. Het staat voor onze drang naar duurzaamheid en kwaliteit, voor de Satellite als onze antenne naar de toekomst die we moeten koesteren. Nogmaals, we moeten ons Europese territorium verdedigen. Niet met tarieven, maar met kwaliteitseisen en veiligheidscertificaten.”

Maria Porro sloot de ruim twee uur durende persconferentie af met de woorden: “De Salone del Mobile is de top van de beurzenwereld voor het interieur en dat moet ook zo blijven. We hebben allemaal de taak om hiervoor te zorgen.” Een mooie gedachte, een gemeende oproep. Maar het laat niet onverlet dat ook de beurs der beurzen zichzelf niet langer ziet als een vanzelfsprekendheid en dat men, ook in Milaan, zoekende is naar een formule met een blijvende meerwaarde voor exposanten en bezoekers en met een stabiele, globale aantrekkingskracht.

www.salonemilano.it