‘Stilstaan is geen optie, want dan besta je over drie jaar niet meer’

Al meer dan 130 jaar beweegt Kisch mee met zijn tijd. Wat begon als een klassiek familiebedrijf in meubelbeslag, is vandaag een moderne, efficiënte organisatie die technologie omarmt zonder het persoonlijke contact los te laten. Sinds 2021 staat de vijfde generatie aan het roer: Michael Parsser runt het bedrijf samen met zijn broer en zus. In dit gesprek vertelt hij openhartig over overnemen zonder druk, moderniseren zonder de ziel te verliezen en groeien in een markt waar producten vaak hetzelfde zijn, maar mensen het verschil maken.

Het is een echt familiebedrijf want jouw vader runde het sinds de jaren 80, maar was het altijd vanzelfsprekend dat jij en je broer en zus het zouden overnemen? ‘Nee, absoluut niet. Onze vader heeft ons daar nooit in gepusht. Hij zei altijd: je moet doen wat je zelf wilt. We hebben alle drie ook eerst in totaal andere richtingen gewerkt. Ik ben uiteindelijk zo’n twaalf jaar geleden als eerste in het bedrijf gekomen en eerlijk gezegd zat ik toen zelf een beetje op een dood spoor. Ik dacht: laat ik mijn energie eens stoppen in het bedrijf van mijn vader en dat voelde goed. De markt trok net weer aan na een lastige periode en die combinatie van nieuwe energie en een positiever sentiment werkte. Drie jaar later kwam mijn broer erbij en weer een aantal jaren daarna mijn zus. Zo is het heel organisch gegaan.’

Wat trof je aan toen je begon en wat moest er volgens jou veranderen? ‘Het was allemaal wat stoffig en de sfeer op de werkvloer kon ook wel iets beter. Dat klinkt misschien hard, maar zo voelde het. Ik ben van nature iemand die veel waarde hecht aan positiviteit en een goede werksfeer. In de tweede week heb ik al dingen aangepast, gewoon praktisch: beter organiseren, duidelijker communiceren, mensen meer meenemen. Niet omdat alles slecht was, maar omdat het altijd beter kan. Ik ben echt iemand van de vloer, wil weten wat er speelt en dat werkte snel door in het team. Zakelijk moest ik nog veel leren, maar qua energie en cultuur kon ik meteen verschil maken.’

Kisch verkoopt geen unieke producten; meubelbeslag is overal te krijgen. Waar zit dan jullie onderscheid? ‘Dat is precies de kern. Onze producten kun je inderdaad ook bij grote spelers kopen dus dan moet je jezelf afvragen: waarom zou een klant voor ons kiezen? Voor mij zit dat in persoonlijk contact, service en kennis. Grote bedrijven zijn vaak efficiënt, maar ook afstandelijk terwijl wij benaderbaar zijn. Klanten kennen ons, weten wie ze bellen en we lossen dingen op. Als prijs en product gelijk zijn, kiezen mensen liever voor een familiebedrijf waar ze zich prettig bij voelen. Dat verhaal zijn we ook bewust meer gaan vertellen, online en offline. Niet schreeuwerig, maar wel eerlijk. Dat was ook het verhaal dat we wilden vertellen.’

 

Michael heeft hoog bezoek van de burgemeester van Amsterdam

‘ZAKELIJK MOEST IK NOG VEEL LEREN, MAAR QUA ENERGIE EN CULTUUR KON IK METEEN VERSCHIL MAKEN’

 

Hoe heb je dat verhaal concreet naar buiten gebracht? ‘In het begin vooral via social media, toen nog veel via Facebook. Later kwamen LinkedIn, Instagram, nieuwsbrieven en zelfs TikTok erbij. We maken bedrijfsvideo’s, delen inkijkjes en doen elk jaar iets ludieks, zoals een kerstfilm. Niet om grappig te doen om het grappig doen, maar om te laten zien wie we zijn. We bestaan al meer dan 130 jaar en dat is op zich al een verhaal. Vorig jaar hebben we dat ook echt gevierd. Door zichtbaar te zijn, leren mensen ons kennen vóórdat ze klant zijn. Dat helpt enorm.’

Jullie concurreren met zowel miljardenbedrijven als kleinere nichepartijen. Is dat vol te houden? ‘Het is niet altijd makkelijk, maar het kan zeker. Aan de ene kant heb je enorme internationale spelers, aan de andere kant hele kleine specialisten. Wij zitten daar precies tussenin. Architecten en interieurbouwers werken vaak met vaste voorschriften en tekeningen. Als iets eenmaal is voorgeschreven, gaan ze niet snel verder zoeken, maar we zien dat we de laatste jaren juist groeien. Dat komt doordat we blijven investeren: in assortiment, in kennis, in efficiëntie. We verbeteren continu, zowel extern als intern. Stilstaan is geen optie, want dan besta je over drie jaar niet meer.’ Die interne verbeteringen gaan steeds verder, onder meer met technologie en AI.

Hoe ziet dat eruit in de praktijk? ‘Logistiek is daar een goed voorbeeld van. Op onze oude locatie hadden we zes man nodig om een bepaald volume te draaien en nu doen we met drie man het dubbele. Dat komt door een veel slimmer ingericht magazijn en het gebruik van scanners. Als tien klanten hetzelfde scharnier bestellen, hoef je niet tien keer naar hetzelfde vak te lopen. Dat lijkt een kleine verandering, maar dat tikt enorm aan. Daarnaast zijn we bezig met AI, bijvoorbeeld met een chatbot die technische vragen kan beantwoorden, ook ’s avonds. We hebben daar heel veel documentatie in gestopt. Het idee is niet om persoonlijk contact te vervangen, maar om het aan te vullen. Overdag spreken klanten onze mensen, ’s avonds kunnen ze toch geholpen worden.’

Michael: ‘Er werken twintig mensen bij ons en dan wil je niet dat het anoniem wordt’

‘IEDEREEN OP ONZE BINNENDIENST HEEFT MINIMAAL VIJF JAAR IN HET MAGAZIJN GEWERKT. ZE KENNEN ELK PRODUCT LETTERLIJK UIT HUN HANDEN EN DAARDOOR KUNNEN ZE KLANTEN ÉCHT HELPEN’

 

 

Hoe zorg je dat die persoonlijke benadering behouden blijft, zeker nu alles digitaler wordt? ‘Dat is een bewuste keuze. Wij blijven klanten bezoeken. Misschien niet meer zo vaak als vroeger, maar wel gericht. Eén of twee keer per jaar goed langsgaan, echt praten. Daarnaast organiseren we veel: ontbijtsessies voor architecten, events, zelfs sportieve activiteiten zoals padel. We gaan naar beurzen zoals de Milan Design Week. Dat persoonlijke netwerk is cruciaal en intern geldt hetzelfde. Iedereen op onze binnendienst heeft minimaal vijf jaar in het magazijn gewerkt. Ze kennen elk product letterlijk uit hun handen en daardoor kunnen ze klanten écht helpen. Technologie helpt ons sneller te zijn, maar mensen blijven het verschil maken.’

Hoe bewaak je als familiebedrijf de interne cultuur nu jullie groeien en professionaliseren? ‘Dat vind ik misschien wel één van de lastigste én belangrijkste dingen. Vroeger was alles automatisch persoonlijk omdat je klein was en nu we groeien, moet je daar echt bewust moeite voor doen. We hebben ongeveer twintig mensen werken en dan wil je niet dat het anoniem wordt. Daarom organiseren we nog steeds dingen samen. Met kerst doen we altijd iets, in de zomer gaan we vaak naar een festival, en in de winter zoeken we ook iets leuks uit. Elke vrijdagmiddag is het krokettenmiddag, dat klinkt klein, maar dat soort rituelen zijn belangrijk. Mensen blijven hangen, maken een praatje, leren elkaar kennen. Je merkt dat dat nodig is, want het werk wordt steeds efficiënter en digitaler. Dan is het juist belangrijk om dat sociale stuk te blijven voeden. Uiteindelijk geloof ik echt dat als de sfeer goed is, klanten dat ook merken. Het zit in hoe de telefoon wordt opgenomen, hoe iemand meedenkt, hoe problemen worden opgelost. Dat is niet in een proces te vatten, dat zit in mensen. En daar blijven we bewust in investeren.’

Kijk je al vooruit naar een volgende generatie? ‘Daar denk je natuurlijk over na, maar het is nog ver weg. Onze kinderen zijn nog jong. We zijn nu met z’n drieën eigenaar, dat is al anders dan vroeger toen mijn vader alleen was. De ambitie is er zeker om het bedrijf in de familie te houden, maar hoe en wanneer, dat zien we later wel. Het mooie is: net als bij ons hoeft niets te worden afgedwongen. Als de volgende generatie het wil, dan is dat prachtig. Zo niet, dan hebben we in ieder geval een gezond, toekomstbestendig bedrijf neergezet en dat is misschien wel het belangrijkste.’

 

Copyright
© 2026 Business Content Media Den Haag. Niets uit dit artikel of deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch,  op geluidsband of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever Business Content Media/Vakblad Interior Business magazine.

Dit artikel is verschenen in Vakblad Interior Business Magazine, editie januari 2026. Nog geen abonnement of wilt u een abonnement cadeau geven? Mail naar linda@businesscontentmedia.nl voor de meest recente aanbieding