In juli 2026 waren consumentengoederen en -diensten 3,2 procent duurder dan een jaar eerder, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In juni 2026 was de inflatie 2,9 procent. Bij de snelle raming van juli, die op 31 juli is gepubliceerd, kwam de inflatie uit op 3,1 procent. De snelle raming wordt berekend op basis van nog onvolledige brongegevens.
De inflatie wordt elke maand gemeten als de ontwikkeling van de consumentenprijsindex (CPI) ten opzichte van dezelfde maand in het voorgaande jaar. De CPI geeft ook inzicht in de prijsontwikkeling in vergelijking met een maand eerder. Consumentengoederen en -diensten waren in juli 1,6 procent duurder dan in juni.
De inflatie steeg in juli met name door de prijsontwikkelingen van motorbrandstoffen en energie. Motorbrandstoffen waren in juli 22,0 procent duurder dan een jaar eerder, in juni was dit 17,3 procent. Energie (gas, elektriciteit en stadsverwarming) was in juli 1,1 procent duurder dan vorig jaar. In juni 2026 was energie nog 1,8 procent goedkoper dan in juni 2025. Ook de uitbreiding van invoerrechten op consumentengoederen die besteld worden van buiten de Europese Unie had een verhogend effect op de inflatie.
De prijsontwikkeling van huisvesting had een drukkend effect op de ontwikkeling van de inflatie. Deze prijsontwikkeling wordt in de CPI voor zowel huurwoningen als eigen woningen gemeten aan de hand van de ontwikkeling van de woninghuren. Op basis van voorlopige cijfers was huisvesting in juli 4,3 procent duurder dan een jaar eerder, in juni was de stijging op jaarbasis 4,7 procent.
In vergelijking met juni stegen de prijzen voor consumenten in juli met 1,6 procent. In de afgelopen tien jaar waren de prijzen in juli gemiddeld 1,1 procent hoger dan in juni. Een kanttekening bij een vergelijking tussen twee opeenvolgende maanden in het jaar is dat rekening moet worden gehouden met de invloed van het seizoen. Zo is kleding tijdens de uitverkoop goedkoper. De prijzen zijn dan tijdelijk lager, maar dit is geen structurele prijsdaling.
Het CBS publiceert twee verschillende cijfers voor inflatie. Een op basis van de consumentenprijsindex (CPI) en een op basis van de Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP). De inflatie volgens de HICP steeg in Nederland van 2,5 procent in juni naar 3,0 procent in juli, in de eurozone steeg de inflatie van 2,8 procent in juni naar 2,9 procent in juli. De inflatie in de eurozone was in juli 2026 lager dan de inflatie in Nederland. Voor diensten en industriële goederen was de prijsstijging op jaarbasis in Nederland hoger dan in de eurozone.
