Ruim 9.000 meubelbedrijven en interieurbouwers zover krijgen om na 2050 alleen nog circulair te produceren, zonder verspilling van spullen en grondstoffen. Dat is de missie van Dirk van Deursen, adviseur innovatie bij CBM en ook Transitieaanjager Meubels bij de Transitieagenda Consumptiegoederen. Niet eenvoudig: “Zeker als je bedenkt dat 80 procent van onze sector bestaat uit kleine bedrijven. Daar werken vakmensen. Die puzzelen het liefst op materialen, niet op businessmodellen.” Van Deursen vertelt er over in een artikel op de site consumptiegoederen.nl

Maar de kop in het zand steken is geen optie, meent Van Deursen. “Er zijn Europese richtlijnen in de maak waar we ons straks met z’n allen aan moeten houden. Daar kun je je als bedrijf maar beter op voorbereiden.” En ook vanuit het oogpunt van concurrentie is het volgens hem een must. De vraag vanuit de markt naar duurzaam geproduceerde meubels zal onherroepelijk toenemen. Maar bovenal is het een morele plicht, vindt Van Deursen. “Als je weet dat het duurzamer kan – en dat weten we – dan moet je het ook doen.”

Het liefst ziet hij de branche aan de voorkant verduurzamen door ecodesign: een benadering waarin het minimaliseren van de ecologische footprint een van de belangrijkste ontwerpprincipes is. Branchevereniging CBM moedigt maakbedrijven dan ook aan om medewerkers hierin te laten trainen. Maar dat is een proces van lange adem; een bedrijf kan zijn producten en productieprocessen niet van de ene op de andere dag omgooien.

Daarom is het broodnodig om daar waar nu al veel te halen valt, meters te maken: aan de achterkant, bij de reststromen. “CBM heeft daarin een prioriteit aangebracht naar materiaal. Van hoog naar laag zijn dat schuim, plaatmateriaal, plastic, textiel, lijm, lakken, glas en ijzer.” De eerste twee materialen hebben het geschopt tot projecten van de Transitieagenda Consumptiegoederen. Daardoor participeren ook overheden, branches, wetenschappers en bedrijven in de projecten. De lessen die het oplevert worden nationaal en internationaal gedeeld.

Hij noemt in het artikel het project WoodLoop, waarbij MDF en spaanplaat zoveel mogelijk worden hergebruikt: vijftien procent van elke plaat die een meubel- of interieurmaker gebruikt, belandt als onbruikbare zaagrest in de prullenbak, en drie procent eindigt na slijpen, schuren en zagen als houtstof. Samen is dat 114,5 kiloton houtafval dat moet worden afgevoerd en verwerkt. Daar betalen producenten voor; gemiddeld 110 euro per ton. Kleine ondernemers betalen geregeld het dubbele, soms zelfs driedubbele, ten opzichte van de grote. “Bij een grote producent is het voor een afvalverwerker interessant om een container te plaatsen. Bij een kleine niet”, verklaart Van Deursen. “Daar moet steeds een afvalwagen naartoe. Een mkb’er betaalt voor elke rit.”

WoodLoop moet kleine bedrijven helpen regie te nemen over hun eigen afvalstroom. Van Deursen noemt het daarom een ‘Robin Hood-oplossing.’ Wie meedoet met WoodLoop krijgt een krat voor resten MDF en een krat voor resten spaanplaat. Levert de grondstoffenleverancier een bestelling? Dan neemt hij de volle kratten met resten mee terug. De grondstoffenleverancier betaalt de producent voor elke volle krat. Voor hem is het immers geen afval maar een grondstof. Een win-winsituatie. Met een gaming-element hoopt de branchevereniging meubelfabrikanten en interieurbedrijven te motiveren om de houtresten netjes te scheiden. Met een app kunnen ze bijhouden wat hun bijdrage in CO2-besparing en kilo’s circulaire grondstof is.

Ook voor het houtstof wordt een nuttige bestemming gezocht. “Tot voor kort dachten we dat je er niks mee kon. Sterker nog, het was een stoorzender voor meubelfabrikanten en afvalverwerkers. Het mag niet bij het restafval en ook niet bij de zaagresten vanwege explosiegevaar. Het moet daarom apart worden opgehaald tegen hoge kosten. Die zijn in de afgelopen vijf jaar ook nog eens verdrievoudigd. Steeds meer verwerkers weigeren zelfs om houtstof mee te nemen. Maar nog niet zo lang geleden hebben we een laboratorium tot in detail laten analyseren wat er in zit. En wat blijkt? Het bestaat voor zeventien procent uit mijnbare mineralen die nodig zijn voor de productie van verf.”

Uit de berekeningen die CBM heeft laten doen, blijkt dat dertig tot vijftig procent van de totale afvalstroom in de interieurbouw en meubelindustrie omgezet kan worden in circulaire bouwstenen. Maar met techniek alleen kom je er niet, weet Van Deursen. “De kennis over duurzaamheid is nog heel beperkt bij de meeste producenten. We hebben meer tools, certificering en labels nodig om iedereen mee te krijgen. Maar het begint met een intrinsieke wil om gezamenlijk verantwoordelijkheid te dragen. Die grondhouding is er.”